logo

Het zat er dik in dat het een lange dag zou worden. Het kostte behoorlijk wat inspanning om de witte nummerplaat van mijn fietsdrager af te halen. Voor zulke activiteiten heb ik immers nooit de juiste gereedschappen, maar toen die eenmaal los was, bleek hij uitstekend te passen op de boedelbak die ik ’s ochtends vroeg op 27 januari huurde bij mijn tankstation. Wij zouden Kidusan Kifle met zoon Sami en haar bovenbuurvrouw met zoontje ophalen van het AZC Hoeven, en die verhuizen naar twee plaatsen in Amsterdam. Wij - Cora Klitsie, Henk Zwaan en ik – waren met drie auto’s, en zouden nog wel bezien hoeveel van die drie naar Amsterdam zouden moeten rijden.     

Bij het AZC was het in de vroegte al een drukte van belang. Er moesten heel wat meer mensen uit het centrum vertrekken en zij keken duidelijk met jaloerse ogen naar onze gemotoriseerde colonne… met boedelbak. Het waren meest jonge mensen, die kennelijk al zo waren ingeburgerd, dat ze allang wisten dat het openbaar vervoer vertrekt van een plaats waar je niet bent naar een plek waar je helemaal niet wezen moet, en ze hadden allemaal hun eigen negatieve gedachten over onze overheid in het algemeen en over de hun opgelegde verhuizing in het bijzonder. De gedachten werden op luide wijze geuit. Gelukkig waren wij nog niet zo bij hen ingeburgerd dat we die woorden konden verstaan, maar naar de strekking ervan konden we wel raden. Vier jonge mannen namen we na enige onderhandeling extra mee naar Amsterdam, op voorwaarde dat zij het sjouwwerk voor ons zouden verrichten, want Cora is niet meer zo’n sjouwer en Henk zijn ene been wil niet meer zo best, en mijn eigen draagvermogen is vroeger ook wel eens beter geweest. Gelukkig voor onze transportcapaciteit stelde hun eigen boeltje niet veel voor. Ik voelde me een beetje als de onrechtvaardige rentmeester, maar ik troostte me met de gedachte dat die toch geprezen werd om zijn slimme aanpak. Uiteindelijk vertrokken we in colonne met drie auto’s en één boedelbak… behoorlijk afgeladen.       

Ach… Er kunnen positieve en negatieve kanten aan een verhuizing zitten. Als je een toekomst tegemoet gaat die je zelf hebt kunnen uitstippelen, als je een allang gekoesterde wens in vervulling ziet gaan, of als de verhuizing een grote stap vooruit is in wooncomfort of ontwikkelingsmogelijkheden… ja, dan kan een verhuizing best aardig zijn, een gebeurtenis waarnaar je met enige spanning kunt uitzien. Maar als zo’n verhuizing zinloos is maar wel móét, en geen enkele toekomst je toelacht… dan is dat toch heel wat anders… dan word je vanzelf een beetje stil. En zo was dat in elk geval met mijn passagiers. Kidusan Kifle was stil en zei nauwelijks iets. Sami trouwens ook, en de twee sjouwers achterin vielen al gauw in slaap.     

Het was even zoeken bij Amsterdam, en pas toen Henk Zwaan en ik onder de paar aanwezige mensen van het COA een Friezin hadden ontdekt en die in het Fries aangesproken hadden, werd duidelijk dat wijzelf geen asielzoekers waren maar echte originele Nederlandse staatsburgers die niet in de wachtstand wilden worden gezet. Na onze mededeling dat wij beiden goede ervaringen hadden met de inburgering buiten Friesland en inmiddels goed Nederlands spraken, zette ze zelfs een pot koffie voor ons en liet ons allemaal toe in de vergaderzaal.     

Het kostte heel wat gedoe om onze passagiers in twee centra af te zetten. Kidusan Kifle zat uiteindelijk wat verdwaasd tussen haar bedoening om zich heen te staren. Het zou niet meevallen om dit zaakje weer wat op orde te krijgen. Nee… zo’n geheel private verhuisonderneming is eigenlijk niets voor ons, maar wat moet je anders? Het was al donker toen ik de boedelbak terugbracht. Hebt u het nummerbord er al weer afgehaald? Nee… dus! In het donker lukte dat nog net. Het was een lange dag!