logo

Soms denk ik dat behalve veel kerken ook het christendom zelf in de uitverkoop is: al die kerkgebouwen die te koop zijn en al die andere waarvoor een nadere bestemming wordt gezocht, maken mij wel eens wat droevig. Ik denk dan aan al die “stammen” die vroeger vrolijk naar zo’n kerk opgingen op zondag...

Och ja, zo’n Engelse titel klinkt velen veel beter in de oren dan het Nederlandse equivalent, anders zou er niet zoveel veramerikaanst worden. Hebt u ook zo’n last van dat verschijnsel of ben ik de enige? En hebt u soms ook van die teenagers in de familie die niet zó erg kerkelijk zijn, maar die wel vaak zo klinken, doordat ze het heel vaak over God hebben maar daarmee eigenlijk verder niets bedoelen?

Vroeger noemden we dat “vloeken”, maar die benaming lijkt mij niet zo juist meer te zijn. Want wat is nu eigenlijk vloeken? Dat is, zoals we dat vroeger noemden: “de naam des HEEREN ijdellijk gebruiken”. Nee, niet tijdelijk, maar “ijdellijk”! Ik hoef toch hopelijk hier niet alles uit te leggen, hè? Vroeger had ik op school twee vakken die heel belangrijk waren: Vaderlandse Geschiedenis en Bijbelse Geschiedenis, inderdaad beide met hoofdletters, zowel op de toenmalige lagere als op de middelbare school. In de schoolagenda werden die aangegeven als “Vad. gesch. en “Bijb. gesch.” Als ik het mij goed herinner tenminste, maar van die laatste afkorting weet ik het niet eens meer zeker. Dat “Bijb. gesch.” ligt bij nadere overweging helemaal niet zo goed in het gehoor.

Mijn jongste kleindochter is nu zeven jaar oud en zat laatst in mijn aanwezigheid op de grond met een tablet te rommelen. Nee, niet ta-blèt maar tèb-let hoor, denk erom! En opeens hoorde ik het: “O my God”, zei ze duidelijk, en toen dacht ik nog: ‘Wat zegt ze daar nu?’ In mijn onnozelheid meende ik te moeten denken, dat ik het niet goed verstaan had. Ja, dat heb ik wel vaker met mijn kleinkinderen die zó snel praten, dat ik voortdurend moet vragen om het nog eens te herhalen. Veel mensen weten soms niet meer dat het toch de bedoeling is van praten, dat je met elkaar communiceert, en zeker kinderen niet. Mijn vrouw zegt dat ik doof word en dat ik daar nodig naar moet laten kijken. Nou is dat naar mijn idee natuurlijk grote onzin: ik hoor alles wat ik wil horen, maar ze moeten wèl de juiste dingen tegen mij zeggen, èn in het nederlands! Daarbij hoort niet het overbodig gebruik van het woord “God”. Ik vind dat namelijk vreselijk onbeschaafd klinken, helemaal los van de vraag of het nu eigenlijk vloeken is of niet.

Mijn pogingen om te weten te komen, wat die zevenjarige kleindochter nu precies bedoelde, waren volkomen nutteloos; het was net of zij een andere taal sprak. Maar dat was niet zo, ze sprak dezelfde taal als die van haar nicht in Amsterdam met haar achttien lentes. Ja, zo gaat dat nou: die ouwe grootvader die daar vlakbij haar op de grond zit… dié snapt ook niks. En hij praat zo langzaam! Ja, kijk, die nicht heeft het van haar moeder: die zegt ook ‘Oh my God’. Ik heb ook aan haar gevraagd: “Wat bedoel je daar precies mee?” Ach, die moderne jeugd… die zegt maar wat!

Maar ja, ik zeg het zelf ook wel eens, als respons op een familielid die bij die uitspraak niet het gevoel heeft dat ik erbij heb, maar dan bedoel ik er echt wat mee. En àls ik het zeg klinkt het mij wèl als een vloek in de oren, hoe zou dat toch komen? Een beetje wel vreemd is het wèl…