Kijkt u ook televisie? Vast wel, hè? Nou, ik ook. Vooral praatprogramma’s zie ik zo nu en dan heel graag. Ik zeg met opzet “zie”, want het geluid heb ik bij voorkeur dan wel uitstaan, net als bij de reklame die overal tussendoor komt. Heerlijk vind ik dat… kijken naar al die kwekkende monden, die niets voortbrengen. Meestal blijven mijn blikken gekluisterd aan de mond die het meest en het langst beweegt, en ik probeer dan te ontdekken waar de persoon in kwestie zich zo over opwindt, door de lippen en de algehele gelaatsuitdrukking te bestuderen. Dat lukt me niet zo vaak en als het lukt… niet zo lang.
Natuurlijk, ik geef het graag toe: spreken is een belangrijke en wezenlijke eigenschap van de mens. De mensheid zou er vast heel anders uitzien als wij niet konden praten, en om onderling te “communiceren” zouden we vast wel iets anders gevonden hebben, maar dat neemt niet weg dat praten onze lust en ons leven is. Tja, wij praten heel wat af met z’n allen. Het gebabbel is niet van de lucht. In een ruimte met een behoorlijk aantal mensen, die allemaal aan het praten zijn, krijg ik al snel de neiging het geluid even af te zetten, maar ja… ik heb in zo’n geval nooit een afstandsbediening beschikbaar.
Waarom zouden zo ontzettend veel mensen eigenlijk zo veel, en zo lang praten? Wel, dat is toch zo helder als glas. Uiteraard is dat nodig, omdat we elkaar niet begrijpen!
Kijk, dat was nou in Babel natuurlijk precies eender. Een wereldstad was dat, Babel! Dáár, in die stad, werd een toren gebouwd waarvan de spits helemaal tot in de hemel reikte. Kunstenaars, vaklieden, gelukzoekers en avonturiers… overal kwamen ze vandaan om hun fortuin te zoeken in dat grote Babel, dat Nebukadnezar gebouwd had. Het had vast, net als tegenwoordige steden, grote buitenwijken en sloppenwijken daaromheen. En papieren… ho maar! Dat was in die tijd vast ook net zoals nu.
Het is overal hier op aarde met àlles voortdurend net één grote toren van Babel. Zo’n toren is een gigantisch project, hoor. Dat gaat allemaal zomaar niet. Je hebt managers, planners, architecten, tekenaars, mensen die materiaal bestellen, administrateurs, betalers, metselaars en ga zo maar door. En dan het zware werk, stenen sjouwen en stapelen… ja, daar is natuurlijk geen personeel voor te krijgen. Dat huur je dus in… uit het buitenland. En het vervelende daarvan is dat je die lui niet begrijpt, je verstaat ze niet eens! Dus als iemand op zo’n toren in aanbouw naar beneden roept: breng die planken eens hier, dan heb je een dikke kans dat er heel wat anders naar boven komt dan de bedoeling is. En wat zijn er veel werkgroepen nodig in zo’n project, én vóórtdurend vergaderingen...
Zo’n bouw schiet dan niet op hè. Dat wordt niks met die toren… het is één grote spraakverwarring. Het is ook niet zómaar dat wij het woord “babbelen” hebben afgeleid van Babel. Nee… wij zijn vanouds een bijbelvast volkje! Nou… ik zal het u maar eerlijk zeggen: het zou heel goed zijn, als wij ons eens wat meer zouden toeleggen op luisteren. Dat geeft een veel rustiger bestaan, en je krijgt niet de neiging om het geluid uit te zetten.
Ach, Jakobus heeft het ons allang geleden voorgehouden: …”Geliefde broeders en zusters, onthoudt dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden”… (Jakobus 1: 19). Kijk, dat zijn nog eens wijze woorden. Een door ons in de praktijk wat ondergewaardeerde apostel, misschien… die Jakobus…?
