logo

Het kaartje zag er vrolijk uit, met mooie kleurtjes, vlindertje, vogel, bloemen, blaadjes en nog wat gefrutsel. Het maakte melding van de geboorte van een jongetje... Eli. Het was het eerste kind van het nog jonge stel en dat is altijd reden tot vreugde in de familie, en voor mij en mijn vrouw aanleiding tot een bezoekje aan de baby en de ouders.

De naam Eli leidde bij mij wel tot enig wenkbrauwgefrons, want (zeg nou zelf): wie noemt zijn zoon nu Eli? Ik wil natuurlijk niemand beledigen, maar het is niet eens een voetballer! Nou ... ja, toch wèl, zie ik nu in een overzicht van bijbelse namen. In de Verenigde Staten is er een quarter back bij de New York Giants die zo heet! Nou vooruit, toch een béétje goed! Maar dat is nog geen reden om je eerstgeboren zoon zo te noemen? Wel, ik vind van niet, maar ik geef toe dat ik volgens sommigen langzamerhand al aardig oud en ouderwets begin te worden.

De gedachte die ik bij Eli heb, is die van een bijna honderdjarige priester die van zijn stoel viel en zijn nek brak, toen hij het bericht kreeg dat de ark was buitgemaakt door de Filistijnen en ook dat zijn twee zoons in de oorlog waren gesneuveld. Hij was priester en rechter in Silo waar de ark een tijdje standplaats heeft gehad, èn was baas en leermeester van Samuel. Dat is het belangrijkste wat hem bij mij enige status geeft. Maar ja, Eli had Samuel zó slecht opgeleid dat die het niet eens begreep als God hem riep. Gelukkig werd die fout nog door Eli zelf hersteld.

Eli... wat betekent dat eigenlijk? Die naam betekent volgens mijn gegevens “mijn God”, maar Eli heeft die betekenis nooit kunnen overbrengen op zijn zonen, en dat voor een priester! Die zonen, Chofni en Pinchas, waren al zover van het priesterniveau afgezakt, dat zij stalen uit de kas van het heiligdom en dat zij mensen, die een schenking deden, bedrogen en afzetten. Er staat niet voor niets, dat er “in die tijd zelden woorden van de Heer” klonken en “geen visioenen doorbraken”. En het hielp ook helemaal niets dat Eli zijn zonen zo nu en dan behoorlijk op hun zielement gaf (en dat deed hij) maar ze hoorden het waarschijnlijk niet eens.          

Het was vast tégen Eli’s zin, dat zijn zonen de ark meenamen bij de oorlog tegen de Filistijnen, en hij was het vast ook niet eens met het idee dat ze de oorlog wel zouden winnen met ‘God bij zich’. Nee, dat werkte uiteraard helemaal niet! Zo’n god kon worden buitgemaakt door de Filistijnen en vóór Dagon worden neergezet, waarschijnlijk met de boodschap: Zie hier, grote en machtige Dagon: dit is nu die God van de Israelitische zwervers die ons het bestaan soms zo moeilijk maken. Het is met Dagon niet goed gegaan, en Chofni en Pinchas sneuvelden. Met de hele familie Eli liep het trouwens niet goed af... Eli’s schoondochter, de vrouw van Pinchas, was hoogzwanger. Haar naam wordt in de bijbel niet genoemd, maar toen zij het bericht kreeg over de ark en de dood van haar man en haar zwager, begonnen de weeën. Ze baarde een zoon en zij noemde hem “Ichabod”; dat betekent zoiets als “weg roem, niks eer”...

Ja, ik geloof zelf nauwelijks nu ik het nalees, maar dàt ging allemaal door me heen bij het lezen van het geboortekaartje van dat achterneefje, dat zijn ouders Eli hadden genoemd. Déze nieuwe Eli, achterkleinzoon van mijn schoonouders, zag er bij onze eerste ontmoeting uitstekend uit, en ik heb hem mijn zegen meegegeven!