logo

Dat klinkt u vast wel vertrouwd in de oren. Ik bedoel die titel. Die klinkt als een stuk tekst uit het boek Openbaring van Johannes. U zult die echter, ook bij een heel nauwkeurige zoektocht, niet kunnen vinden, maar... het is zoals mijn vader zou hebben gezegd: het hád er kunnen staan! Dat getal 555 komt u toch zeker ook heel bekend voor? Jawel... Ik weet zeker van wel. Dat is immers het gironummer van de samenwerkende hulporganisaties, SHO? En bij dat getal hoort ook een passende, mystieke achtergrond.  

Zo geldt het getal vijf vanouds als één van de getallen die aan de wereldorde ten grondslag liggen. Dat komt o.a. tot uiting in het teken van het pentagram, de vijfhoekige ster, een eeuwenoud symbool, zowel met de punt naar boven als met de punt naar beneden. Volgens de Griekse filosoof en mathematicus Pythagoras was vijf het getal van de mens en die vijf staat voor de elementen waaruit de mens is samengesteld: vuur, water, lucht, aarde en geest. Men vindt die vijf punten terug in de sterren van de vlag van de V.S. en het zegel van de president. Ook in de vlag van de europese unie vindt men 12 vijfpuntige sterren, en dat is echt niet zomaar. Twaalf is de compleetheid en de ster met de vijf punten staat voor het gehele menselijke bestaan. Het getal vijf herbergt dus een grote symboliek en driemaal dat getal móét dus wel het gehele bestaan en het totaal van natuur en milieu bestrijken.       

Eerlijk gezegd heb ik geen idee of bij de keuze van dat rekeningnummer destijds zulke overwegingen een rol hebben gespeeld, maar het zou mij niet verbazen. Uit publicaties heb ik begrepen dat de Nederlandse actie voor de slachtoffers van de tsunami in Azië inmiddels zo’n 201 miljoen euro heeft opgebracht (voor kerkinactie is dat 14,2 % van het totaal, d.i. 28.5 miljoen euro) te besteden aan hulp en wederopbouw in het getroffen gebied. Men zegt dat dit genoeg is voor drie jaar hulp bij de wederopbouw. Voor kerkinactie wordt de besteding gecoördineerd door het gezamenlijk noodhulpprogramma van Kerkinactie en Icco. Direct na de ramp ontvingen lokale partnerorganisaties financiële steun voor directe noodhulp. De Indonesische noodhulporganisatie YTB, verbonden aan de Indonesische Raad van Kerken, zette noodposten op in de steden Lhoksamaweu, Banda Atjeh en het eiland Nias. Uit ervaring met projectbeheer weet ik hoe moeilijk het is en hoeveel inspanning het vergt om grote bedragen in korte tijd uit te geven voor een bepaald gedefinieerd doel.     

Er gaat natuurlijk ook heel wat mis bij hulp op grote schaal. Zo stonden tot voor kort in de haven van Medan nog ruim 1400 containers vol hulpgoederen. De Jakarta Post meldde op 26 april dat de douane de containers niet vrijgaf, omdat de papieren niet deugden. Het betreft vooral suiker en rijst, en een douanefunctionaris vreesde dat sommig voedsel bedorven zal raken. In Trouw las ik dat van de 169 voertuigen die de afgelopen maanden in Medan zijn aangekomen er 96 door de douane zijn vrijgegeven. Zoiets speelt zich ook af in de haven van Colombo in Sri Lanka: honderden containers met hulpgoederen worden niet toegelaten. Gelukkig werken de Nederlandse hulpclubs met lokale partners, er wordt ter plekke ingekocht: dat is goedkoper en je steunt daarmee de lokale economie. Lokale partners zijn bovendien allang geregistreerd en worden niet uitgewezen.     

Nee... het vergt heel wat inspanning om “goed” te doen. Wij spraken daarover met elkaar op een diaconieavond in de Pelgrimskerk op 21 april met zo’n veertig gemeenteleden. Hoe moeten wij onze diaconale gelden eigenlijk besteden? Over hoeveel hebben we het eigenlijk en hoe komen we op één lijn? Wat willen wij? En hoe doen we, wat we willen, goed en welbesteed en effectief? Ik weet zeker dat er minstens nog zo’n avond nodig is.