Als ik ‘s zondags niet in de kerk ben, is er iets met mij aan de hand; dan ben ik ziek of ik ben ergens anders en ik bedoel daarmee: niet in mijn eigen woonplaats. Er is een grote kans dat ik dan bij één van mijn kinderen ben. Daar kàn ik meestal niet naar de kerk. Nou ja, niet kùnnen… dat is wat overdreven, maar het komt er meestal niet van. Ziet u, die kinderen van mij zijn net als hun wederhelften niet zo kerks, en dan gaat dat zo. Oh, ze zijn niet echt contra hoor, maar sommige van die levenspartners zijn wèl erg anti en één is rooms-katholiek. Begrijp me goed, ik vind dat niet verkeerd, maar het is toch ànders dan protestant, zeg nou zelf!
Meestal ben ik in de eigen zondagse eredienst wèl aanwezig. Maar waarom kom ik daar? Wat ben ik ’s zondags aan het doen in de kerk? Ik kom graag in de kerk, het liefst in een echt oude kerk. Op één of andere manier ben ik daar thuis, ik vóél mij daar thuis. Ik voel daar de aanwezigheid van hen die mij voorgingen. Ik voel mij thuis in de kerk, omdat ik daar kan twijfelen. Dat kan ik alleen maar góed in de kerk: twijfelen aan de bijbel, wijfelen aan Gods doel met de schepping, twijfelen aan Gods leiding en aan Hemzelf, twijfelen aan Zijn naam en dus twijfelen dat ‘Hij is’!
Oh, van alles niet zien, niet willen zien, van alles niet weten of niet willen weten, twijfelen aan Zijn ‘bestaan’ of zelfs zeker zijn dat Hij er nìet is… dàt kan overal: op de markt, in een speeltuin, in een bos, thuis, op de fiets, maar ikzèlf kan dat het beste in de kerk. Als ik van die twijfel-gedachten heb, moet ik altijd denken aan Seth Gaaikema. Die kon het niet zo goed zingen maar hij kon het wèl poëtisch zeggen… staande in de kerk van zijn vader en moeder in het Groningse land met de volgende woorden:
Heer ik kom hier om te twijfelen…
Twijfelen of u bestaat…
Ze zingen: Halleluja…
Dat slaat op U, ja, inderdaad…
Maar ze zingen het zo flink…
En ze zingen het zo sterk…
Als ze even op dreef zijn…
dan dreunt de hele kerk…
Soms is het bijna een engelenlied…
En kijk, zo zeker ben ik niet…
Heer, ik kom hier om te twijfelen…
Twijfelen of ik U hoor…
Maar in de tale Kanaäns…
komt U soms moeilijk door…
‘Wie schénkt op deze wereld…
verwerft zich gínds een schat’…
En dan komt de collecte…
En geef je maar weer wat…
Niet voor dat mooie grote doel…
Maar ja, omdat ik mij schuldig voel…
Heer, ik kom hier om te twijfelen…
Twijfelen of U bestaat…
Als U op mij neerziet…
In alle eerbied, wees niet kwaad…
Als ik bij ’t gebed mijn ogen sluit…
En ik kijk toch om mij heen…
Dan zie ik door m’n wimpers, Heer…
Dat doe ik niet alleen…
Zijn er ondanks Uw heilig woord…
Toch meer nog van mijn soort? …
Heer, ik kom hier om te twijfelen…
Maar twijfelen is toch een begin…
Je hebt zekerheid, onzekerheid…
en iets daartussenin…
Maar al dat zekere dreunen…
Van die religieuze deunen…
Maakt zo gauw, als je buiten staat…
dat je terug kruipt in je schulp…
Heer, kom mijn ongeloof te hulp…
Ziet u, dat gebed van een twijfelende Seth Gaaikema en de omgeving waarin hij dat voordroeg, jaren geleden… dàt deed mij wat! Ik kom zelf ook in de kerk om te twijfelen… en er zijn er vast veel meer!
