We waren net de weg overgestoken; de man in zijn scootmobiel zag ons eerst niet, zijn ogen staarden in de verte en wat er direct om hem heen gebeurde, drong niet zo tot hem door. Hij zat aan de boulevard uit de wind in de luwte van een hoek in de muur.
Ja, zo nu en dan gaan wij ineens op weg naar, wat wij noemen, het strand van Breda. Het is niet zo ver rijden, een uurtje maar, en onze “plage” is veel dichter bij Breda dan Paris-plage bij Parijs, dus... als het mooi weer is en niet al te koud, dan gáán we gewoon. Je kunt daar krijgen wat je maar wilt: koffie, gebak, ijs, vis, een lekker etentje. Nou ja ... het woord “krijgen” bestaat natuurlijk eigenlijk niet in Zeeland, het is meer een kwestie van kopen. Het gaat ons eigenlijk niet zozeer om het strand als wel om de boulevard. Het wandelt daar fijn en het zit er ook heerlijk achter glas of helemaal in de open lucht, je ziet er van alles en ook allerlei soorten mensen. “Mensen kijken”, dàt doen we daar! Het heeft allemaal een schaal die ons wel aanstaat en afhankelijk van waar je zit, kun je soms net Michiel de Ruyter zien staan. En dat is geruststellend, zo’n oude vaderlandse held die het zeewater goed in de peiling houdt. U begrijpt het vast: we zijn in Vlissingen.
Altijd als ik dáár loop, moet ik denken aan dat gezang van Ad den Besten, op muziek van Frits Mehrtens “Jezus, die langs het water liep en Simon en Andreas riep ...”. Waarom? ... Dat weet ik eigenlijk ook niet. Het roepen van discipelen zou hier niets opleveren. Er luistert niemand en op die grote voorbijvarende schepen horen ze je niet eens. Dat was bij het meer van Galilea wel anders, denk ik. “Kinneret” heet dat meer tegenwoordig op z’n Israëlisch; dat woord kennen wij nog van de oude naam “Gennesaret”. Toen ik daar vroeger eens was, was het één grote zinderende hitte boven dat meer en ik was komen lopen vanaf Nazaret via Kana naar Tiberias. Dàt doe ik dus nooit meer! Ik begreep ineens waarom je daar een ezeltje nodig hebt: zo’n beest dat met snelle kleine dribbelpasjes een helling kan oplopen terwijl je er ook nog op zit! Toén, langs het water: geen koffie, geen koek, geen ijs... helemaal niks. Misschien is het nu anders, want het is inmiddels ruim veertig jaar later. In de tijd van Jezus was er vast ook niets. Misschien een visje bij een plaatselijke visser, maar dat beestje moest je dan zelf wel even op een vuurtje bakken, denk ik, en er was geen koffie en ook geen ijs. Nee, als we zo nodig moeten wandelen langs het water, geef mij dan maar de boulevard van Vlissingen!
De man op de scootmobiel herkende ons onmiddellijk toen hij ons van dichtbij zag. Hoe kan het ook anders, hij was vroeger een buurman van mijn schoonouders, en mij heeft hij nog onderwijs gegeven. Wij wisten wel dat hij daar woonde, maar tot nu toe hadden we hem daar nog niet gezien. Hij is nu ver in de negentig. In de tijd dat ik beginnend student was, was hij technisch assistent en hij heeft me in Delft technisch tekenen bijgebracht. Hij praatte altijd heel gedecideerd en was een Pietje precies, en dat moet ook in zo’n vak. In zijn borstzak had hij altijd twee potloden: één met een heel zachte, zeer dikke punt, en één met een harde dunne punt. Met een paar halen van zijn dikke potlood op mijn tekening kon hij mij altijd duidelijk maken wat ikzelf had bedoeld te tekenen en wat daaraan fout was.
In zijn opvattingen over geloof en leven was hij net zó; hij was lid van een kerkgenootschap waarin “afwijkende” geloofsopvattingen met een dik potlood buitenspel werden gezet, en hij was daar heel actief. Evengoed ... hij was een een oude bekende en een verwante geest. Hij vroeg hoe het met ons en onze kinderen ging. Hoeveel kleinderen wij eigenlijk hadden? Het getal 7 nam hij goedkeurend in zich op. “Een goed bijbels getal!”, zei hij, en hij vertelde dat hij intensief email- en skypecontact had met zijn kleinkinderen in Australië. Geweldig die moderne middelen; hij zou niet weten wat hij zonder moest. Wij vertelden dat wij hier wel vaker langs de boulevard liepen en beloofden hem een volgende keer thuis op te zoeken.
Ja, wandelen langs het water levert tegenwoordig geen discipelen meer op, maar wel ontmoetingen, zoals met vroegere leermeesters...
