Nog één hapje en ik ben klaar met het voeren van mijn jongste kleinkind van negen maanden, een mooie taak voor een betrokken grootvader. Wij kunnen dan van die mooie gesprekken hebben. Ik versta het meeste niet, maar het voordeel is dat ik de inhoud zelf helemaal kan interpreteren. U gelooft het misschien niet, maar dit keer hebben we het over zonde en wel in het bijzonder over de zonde van haar broertje van vier. We zijn het er namelijk over eens dat het veel aangenamer is om over de zonde van een ander dan over die van jezelf te praten.
Er zijn, zo vertel ik haar terwijl ze kraaiend in haar stoeltje zit, veel mensen die diep gebukt gaan onder de last van hun zonden in een voortdurend besef van de voor altijd zwaar verstoorde verhouding tussen de Eeuwige God en de zondige mens. Er is een tijd geweest dat mensen die deze last niet konden dragen, bij een kerkelijke instantie of functionaris een zogenaamde aflaat konden kopen. Ze konden hun schuld afkopen en zo gevrijwaard worden van de eeuwige straf voor de begane zonde, en zelfs van die voor het nog niet begane kwaad. Het was zelfs mogelijk iets te regelen voor mensen van wie je zeker wist, dat zij het tijdens hun leven met de inzettingen van God (en die van de Kerk) niet zo nauw hadden genomen. Je kon hen alsnog vrijkopen door het nodige geld op te hoesten voor een aflaatcertificaat. Luther heeft zich destijds over dat soort praktijken vreselijk opgewonden.
Ja... dat vertel ik haar allemaal en ik heb daarbij haar volle aandacht. Uit haar reactie maak ik op dat zij vindt dat dit alles meer iets voor haar broertje is. Nu is dat broertje op godsdienstig gebied eveneens zeer geïnteresseerd en een intelligent mannetje, maar er zijn dingen waarvan zijn begrip bepaald nog beter moet worden gevormd. Dat idee heb ik tenminste wèl en dat vindt Louise, zo heet het kleindochtertje, ook. Nu is hij natuurlijk pas vier, maar het geeft mij ernstig te denken dat hij helemaal voor eigen gebruik een soort aflaat heeft ontwikkeld.
Sinds enige tijd zit hij namelijk op een soort kindercatechisatie. Weliswaar is het een heel rooms-katholieke zaak daar, op het Franse platteland tegenover Saumur aan de Loire, maar het is echt beter dan niets. Ik moet zeggen dat het ongelofelijk is wat het kereltje daar in korte tijd allemaal geleerd heeft. Het is mij duidelijk dat hij geen enkele moeite heeft met het bestaan van God, dit geheel in tegenstelling tot de ontwikkeling bij sommige moderne wetenschappers. Natúúrlijk bestaat God! Hij heeft immers de wereld geschapen en alles wat er is, en bovendien zorgt Hij ervoor dat alles blijft bestaan en zich ook nog ontwikkelt. Die kleinzoon van mij weet dat Maria de moeder is van Jezus, dat Jezus gestorven is aan het kruis (hij heeft het over ‘la vraie croix de Jésus’), dat hij daarmee volkomen heeft betaald voor al onze zonden en dat wij van verdere bestraffing van die zonden vrijgesteld. Ja, ja, dat weet hij allemaal en hij heeft die kennis bovendien een plek gegeven in zijn hart.
Maar, zoals gezegd geeft de manier waarop hij die kennis toepast, mij te denken. Hij heeft twee ouders met elk een volle baan, die samen vier kinderen in het gareel moeten houden of nog moeten brengen, en dat is absoluut onmogelijk zonder op gezette tijden het instrument van de tuchtiging te hanteren. Uiteraard geschiedt dit met de nodige terughoudendheid, maar evengoed... straffen mòet, al is het met pijn in het hart! De jeugdige zondaar is echter sinds zijn eerste lessen godsdienst absoluut niet meer bereid straffen van enige aard voor zijn zonden te ondergaan. Hij hòeft niet meer gestraft te worden, zegt hij. Jezus heeft immers zijn straf al gedragen, helemaal! Zijn geloof daarin is buitengewoon groot. Bedreigingen van zijn ouders hoort hij glimlachend aan en hij gaat vervolgens vroom zijn eigen zondige weg in de volstrekte zekerheid dat alles hem allang vergeven is.
Nee, ik weet niet of we die jongen nog op het smalle pad met de doornen en distelen kunnen krijgen, maar voor háár zie ik het nog wel zitten. Ze slaat mij het lepeltje met de laatste hap resoluut uit de hand en kijkt mij vervolgens blijmoedig aan. Wat bedoel je nou, zonde?
