Net als ik komt u waarschijnlijk ook heel wat mensen van dat soort tegen, ik bedoel het soort dat het eigenlijk nergens over heeft, maar dat altijd maar praat over “ze”. Ze hebben dit en ze hebben dat, ze zeggen, en ze hebben zus of zo gedaan, nou… ze doen maar! Of het nu gaat over regering, politieke partijen, gemeenten, de kerk: het “ze”-gehalte in het taalgebruik van veel mensen is erg groot. Wat zou dat toch zijn?
Met dat woordje ze wordt een grote afstand gesuggereerd. De spreker hoort niet bij die ze, en dat is eigenlijk ook logisch als je hoort in welke sterk afkeurende bewoordingen hij over ze spreekt. Ze zoeken het maar uit, ik wil er niets mee te maken hebben. Je hoort het in de stem van iemand die dat zegt. Er móet haast wel van alles zijn voorgevallen wat die “ze” gedaan hebben, allemaal verkeerde dingen of iets héél slechts, waardoor ik, arme stakker, in de beklagenswaardige situatie ben komen te verkeren waarin ik nu zit. En ik kon er echt niks aan doen, sterker nog… ik wíl er nu ook niets meer aan doen. Ze hebben mij immers nooit wat gevraagd? Het klinkt altijd wat verongelijkt, zo van: ik wilde altijd het goede, maar het heeft niets geholpen en ze hebben naar mij nooit geluisterd! En nu? Nu heeft het kwade het gewonnen van het goede… Eigen schuld. Van wie dan? Wel… van die ze natuurlijk… In ieder geval niet van mij!
Dat ze-gebruik in de spreektaal is vrij algemeen, en je merkt pas hoe vreemd het eigenlijk is als je het opschrijft. Je komt het overal tegen: in de politiek en bij de politieke partijen, en in het parlement dus ook. Die “ze” zijn slecht en zijn het eigenlijk niet waard dat ze bestaan. Het wordt niet gezegd, maar je kunt het duidelijk horen. Dat die ze in de politiek ook echt gekozen zijn door de kiezers, doet helemaal niet terzake.
In werk- en overlegsituaties is het precies eender, of het nu bij de overheid is of bij het bedrijfsleven. Ze hebben het altijd gedaan. In mijn eigen werksituatie was dat ook zo. Ik werd nogal eens aangesproken over ze en ik heb me al lange tijd geleden de gewoonte aangewend om in zulke gevallen de betrokkenen maar meteen te vragen wie zij nu precies bedoelen met die ze. Na enig doorvragen bleek nogal eens dat ik vaak zelf ook bij die ze hoorde. Ja zeg, daar schieten we natuurlijk niet veel mee op. Had dat dan meteen gezegd! Dan weten we tenminste over wie we het hebben en dan kunnen we misschien gaan praten over het eigenlijke onderwerp. Ja toch?
Die manier van spreken over ze, is eigenlijk praten met een grote omtrekkende beweging, en wel om jezelf heen. Je laat jezelf dan in het midden, je bent zelf niet betrokken. Helemaal vrijblijvend wordt het als ze dubbel wordt gebruikt: bijvoorbeeld ze moesten ze oppakken en met de brandspuit bewerken, of ze moesten ze het land uitsturen. Ja… ik noem maar twee voorbeelden. In dat gebruik van het woordje ze, is de verantwoordelijkheid van de spreker helemaal weggewerkt. Bij zowel de ze die een maatregel uitvoeren als bij de ze die die maatregel ondergaan, is de eigen verantwoordelijkheid van de spreker geheel afwezig. In de kerk kom je dit soort taalgebruik ook tegen. Ja… kerkgangers zijn net gewone mensen.
Ik wens ons allemaal voor het nieuwe jaar 2006 toe, dat wij in staat zullen zijn dat woordje ze maar weinig te gebruiken en dat wij, als verantwoordelijke kerkgangers, vooral het woord we in de mond zullen nemen. Aan ons allemaal veel heil en zegen in 2006 gewenst!
