logo

Het is al jaren geleden, ik herinner het me nog goed. Het was druilerig weer, niet zoals je dat met kerst verwacht; het hoort dan toch te sneeuwen? Ik was een eindje omgegaan om bij alle huizen even binnen te gluren. Ik doe dat graag omstreeks kerst: overal kerstbomen, de ene nog mooier opgetuigd en verlicht dan de andere. Het was stil in de straat, bijna iedereen was thuis. Bijná, want het huis tegenover ons was donker; de overburen waren weg. Het pad naar het huis was afgesloten met een hekje waarnaast de brievenbus stond. ‘t Is dat ik het hoorde, anders had ik hem in het donker niet opgemerkt. Hij zong met een hoog stemmetje “-de herdertjes lagen bij nachte, ze lagen bij nacht in het veld-”. Het klonk niet blij, en bij “nachte” en “veld” klonk het of hij niet precies begreep wat hij zong. Hij zat òp het hekje. Ik schatte hem een jaar of vier en hij had geen jas aan. In de linkerhand hield hij een dennentak en hij zong als iemand die weet dat niemand luistert. Toen hij mij zag, stopte hij abrupt! “Daag”, zei ik, “wat doe jij, waar woon jij?” Zijn haar was nat, er hing een regendruppel aan zijn neus en hij keek me mistroostig aan. “Ik woon in de hemel”, verklaarde hij op een toon alsof dat geen pretje was. “Ik ben een engel en ik zoek de herders ...” Ik wist even niet wat ik zou zeggen. Hoe komt zo'n joch daarop? “Hoezo zoek je de herders?” vroeg ik eindelijk. “Ik moet hun over Jezus vertellen”, zei hij op een toon alsof hij nog nooit zo’n sufferd was tegengekomen. “Ben jij een herder?” Ik dacht daar even over na. Wij hadden thuis een parkiet, de kat was al een tijdje van huis en onder de vloer woonden een paar muizen. Of dat genoeg was om voor herder door te gaan...? “Ik heb wel een paar dieren waarvoor ik zorg”, gaf ik toe. Hij sprong van het hekje en kwam naar me toe. “Jij bent het vast, ik ga met je mee”, zei hij beslist. Hij was doorweekt en ik loodste hem gauw ons huis binnen. Ik wou hem even goed afdrogen, maar hij liet zich niet van zijn doel af brengen. “Waar zijn de beesten?” vroeg hij meteen. Ik liet hem de parkiet zien, die bij ons in de keuken is gehuisvest; hij keek wat bedenkelijk alsof hij andere ideeën over een kudde had. Ik verklaarde snel dat de kat van huis was en de muizen sliepen, en dat hij die nu niet kon zien. Hij leek zich bij die verklaring neer te leggen, want hij liet nu rustig toe dat ik hem uitkleedde en afdroogde. Mijn vrouw had net de kinderen naar bed gebracht en kwam de trap af. Zij keek verbaasd van het onverwachte bezoek naar mij. “Dit is een engel”, legde ik uit, “en wij zijn herders, hij zocht ons”. “Oh ...?” zei ze vragend… en ik vertelde waar de engel aan mij was verschenen. Even later zat hij in een broek en een trui van mijn zoon met een glas warme melk en een boterham voor zich. Zijn naam en adres kreeg ik niet uit hem; hij kwam uit de hemel, hij ging de herders de blijde boodschap vertellen en hij had hen eindelijk gevonden...! Terwijl ik de kamer uitging om de politie te bellen, hoorde ik hem blij vertellen over Jezus die in de stal geboren was. En mijn vrouw luisterde... De wachtcommandant bij de politie hoefde mijn hele verhaal niet eens te horen. Hij wist precies wie de engel was. ”Hoe is het mogelijk”, zei hij, ”het was gister precies hetzelfde; toen is hij uren van huis geweest, zijn vader en moeder waren helemaal overstuur”. Die bleken niet ver bij ons vandaan te wonen en de politie waarschuwde hen meteen. De naam van het jongetje had ik misschien wel kunnen raden. Ik liep grinnikend naar beneden. De engel lag op de bank te slapen. “Je raadt het nooit”, zei ik, “Sammie heet hij ... Sammie van de Hemel”. We schaterden het uit. De ouders waren binnen de kortste keren bij ons. Het was volkomen onduidelijk hoe hij hun huis uitgekomen was. Mevrouw van de Hemel knuffelde haar engel maar eens goed, hij sliep nog half. “Ik heb de herders gevonden, mama”, zei hij. Toen de bezoekers weer naar huis gingen, was hij klaarwakker en wilde me nog wat zeggen. “Zul je de boodschap verder vertellen... ja...?” Ik lachte en beloofde het plechtig. Hoe was het mogelijk: ... Van de Hemel... Sammie. Een echte engel!