U hebt mijn moeder niet gekend, hè? Wel, dan zal ik u iets over haar vertellen. Kijk, mijn moeder was iemand die nogal gesteld was op haar uiterlijk, en die behoorlijk dramatisch kon doen over kleine dingen die haar overkwamen en die zij als onaangenaam ervoer. Als haar kousen nat waren geworden van de regen, dan omschreef zij dat als vreselijk of afschuwelijk, en als ze in de hondenpoep had getrapt, dan was dat verschrikkelijk. Zij kon die woorden zó uitspreken dat een toevallige toehoorder wel moest denken dat er iets héél ergs was gebeurd.
Als ik zoiets van haar hoorde, sprak ik dat altijd tegen en merkte op dat die aardbeving van toen vreselijk was. En die overstromingen in Bangladesh: dìe waren verschrikkelijk! Die altijd maar voortdurende oorlogssituatie in Israel/Palestina: dìe was ontzettend. Wat háár was overkomen, was snel te verhelpen en alleen maar een beetje vervelend. Meestal werd zij dan behoorlijk giftig, want zij vond dat ik blijk gaf van een ernstige onderwaardering van haar persoonlijke leed. Misschien had ze ook wel een béétje gelijk en zei ik het allemaal met opzet op die manier, om haar te plagen. Toch bleek ze er later wel iets van geleerd te hebben. Als er dan iets ergs gebeurde, sprak zij in nadrukkelijk uitgesproken lettergrepen: vré--se--lijk!
Wij mensen zien zaken die dichtbij zijn en waarbij wij direct zijn betrokken, op een heel andere schaal dan de dingen die ons minder direct aangaan. Ach, ik merk dat bij mezelf: Nog niet zo lang geleden werd ik midden in de nacht wakker door een kleinkind dat een paar kreten slaakte in een droom, terwijl er misschien heel wat kinderen even verderop bij een open raam lagen te krijsen. Nou, en dáár word ik echt niet wakker van, hoor!
Zo’n reactie past in de scheppingsordening: Hoe verder iets weg is, des te kleiner zien we het en geluiden die dichtbij geproduceerd worden, klinken veel harder dan die in de verte. Wij nemen de dingen om ons heen waar op een manier die wij kunnen verwerken: wij zien in perspectief en wij denken op schaal. We realiseren ons dat niet altijd zo, maar wij ontwikkelen echt een verkeerde kijk op de zaken, als we die niet in juiste verhoudingen en op een goede schaal waarnemen.
Problemen zien wij vaak wel èrg algemeen. Dat gaat eigenlijk vanzelf. Wij denken in maxima, in minima en in gemiddelden, wij denken in procentuele toename of afname. Wij denken in gemiddelde snelheden. Bij groei of afname van inkomens denken wij in procenten, terwijl je met procenten natuurlijk niets kunt kopen. Goederen worden niet in procenten geprijsd! Bij aantallen vluchtelingen denken wij óók in percentages van de bevolking. Dat algeméne schept afstand, je hebt er dan zèlf minder direct mee te maken.
Het is dan ook heel geslepen van die IS in het middenoosten om enkelingen uit het westen te executeren. Die lui weten heel goed dat wij in het westen die beelden uitvergroot op het scherm zien. Dat raakt ons echt!
Ik denk wel eens: wat zou mijn moeder nu gezegd hebben van al die moordpartijen van IS en van al die vluchtelingen uit Syrië? Wel, ik denk... “àf—schú—wè--líjk!” En zij wìst heel goed wat het is om met kleine kinderen op de vlucht te zijn... van toèn, in de jaren veertig van de voorbije eeuw. En één van die kindertjes van toen, was ikzelf...!
Nee, zij is allang niet meer onder ons. Haar geloof was eenvoudig en het perspectief dat zij had, staat in opdracht van mijn vader op het marmeren kruis van haar graf gebeiteld: Zie, Ik heb u in mijn handpalmen gegrift...
