logo

Ja inderdaad, ik ben behoorlijk op mijn achterhoofd gevallen. En blauwe plekken heb ik ook, te wijten aan een val van een waardeloze trap in het huis van mijn zoon in Amsterdam! Nu hoeft u daar niet al te vergaande conclusies aan te verbinden, want mijn verstand kan nog wel even mee. Dat hebben ze mij in het ziekenhuis tenminste gezegd en mijn hersens zijn niet zó erg geschud.

Ik kan het niet helpen dat ik bij het onderwerp van Pasen ook aan de lijdensweg van veel mensen moet denken, en aan “de levensweg van de mens in het algemeen”. Ik heb daarbij ook mijn eigen toestand voor ogen, want toen ik net een paar weken de griep achter de rug had, ben ik enige tijd bij die tante van 97 geweest over wie ik het met u hier al eens eerder heb gehad. Zij was door de griep geveld en lag boven in haar bed behoorlijk te hoesten; dat moest onder meer overgaan door een goede verzorging door mijn vrouw en mij, hadden wij samen besloten. Wij “verpleegden” haar een paar dagen en nachten, en dan moest ze maar weer beter zijn door de kippensoep die wij in een grote hoeveelheden voor haar hadden meegebracht.

Als je langs de trap bij mijn tante in huis naar boven loopt, zie je rechts aan de muur boven de leuning een ingelijste kleurige prent hangen met de titel “de trap des ouderdoms”. Op die prent staat een monumentale trap afgebeeld met een op- en met een neergaand deel; het lijkt het meest op een buitentrap naar de voordeur van een groot grachtenpand. Langs die trap loopt een mensenpaar van de wieg (beneden links op de prent) via de top (midden boven) tot aan een doodkist (beneden rechts). De treden van de trap zijn voorzien van getallen die kennelijk ‘s mensen leeftijd aanduiden en die van nul tot honderd lopen. In het midden staat een bijbehorende tekst geschreven die als volgt luidt:

Wat is van onze Jeugt, en van ’t gansche leven?
Het is gelyk een stroom, in haaste weggedreven,
Het is gelyk een Boom, die needer is gevelt,
Het is gelyk een droom, die krankezinne kwelt;
Aan al des waerelds pragt, van alle blyde nagten,
En blyft niets aan den mensch, als droeve nagedagten,
Het eenigst dat de Ziel, in dit geval verblyd,
Dat is een zoet gepys, van welbesteeden tyd,
Al wat ’t wakker oog, beschouwt aan alle zyden,
Dat wyst den mensche aan, wat eenmaal staat te lyden,
God laat ons alle daag, al in het klyne zien
,
Wat eens te zyner tyd, de waereld zal geschien!

Inderdaad, er staan veel komma’s en ook veel hoofdletters in. En je moet niet alles geloven wat iemand via de computer beweert. Dit ongelofelijke dichtwerk stamt uit het eind van de zeventiende eeuw, volgens een mededeling op internet tenminste.

Er zijn in verscheidene musea meerdere trappen des ouderdoms- of leeftijdstrappen te vinden, leert mij het internet. De oudste in Nederland bekende “-trap” is die van Cornelis Anthonis (een houtsnede uit ca 1550), in Duitsland is er al één van 1540. Sommigen beweren dat de trapgevels van huizen eigenlijk hetzelfde verbeelden en dat zou natuurlijk heel goed kunnen.

Ik moest aan die “ouderdoms”trap van mijn tante in Zwolle denken enige tijd nadat ik bij mijn zoon in Amsterdam de oudejaarsdag van mijn oudste kleindochter had gevierd. Daar in Amsterdam hebben ze geen ouderdoms- of levenstrap, maar meer een dódentrap: levensgevaarlijk voor ouderen zoals ik! Gelukkig liep het goed af en blijft voor mij het Bijbels perspectief wenken van de zeer sterken. En die “ouderdoms”trap bij die zoon van mij? Die mijd ik voortaan maar. Hij komt maar naar mij toe … ja zeg, ik ben niet op mijn achterhoofd gevallen!