logo

Voor het slapen gaan zeiden mijn kinderen vroeger, toen ze klein waren, altijd een gebed(je). Dat was meestal “Ik ga slapen, ik ben moe”, en “ ‘t Boze dat ik heb gedaan”. Mijn oudste heeft mij later weleens gezegd: “Wat lieten jullie ons toch rare dingen bidden”. En dat zat ‘m in dat “boze”, want dat betekende behalve het stoute, ook het echte kwade en zondige waarbij de satan, de duivel een rol speelde. En met die figuur kon hij niet zo overweg.

Gelooft u in “de” duivel? Die kennen we onder verschillende namen. Maar wie is dat nu eigenlijk? Is de duivel “iemand”, een éénduidige “persoon”? Of ziet u de duivel meer als verzameling van slechte eigenschappen van de mens, zoals sommigen dat doen?

Ons woord duivel komt van het Griekse werkwoord “dia-ballein”, dat uit-elkaar-spelen, schelden, aanklagen betekent. Gezien de herkomst van dat woord is het begrijpelijk dat dit niet in het oude testament voorkomt, dat is immers een Hebreeuws boek. In het nieuwe testament komt “duivel” wèl voor, maar dat is dan ook een Grieks boek.

Luther heeft heel wat last gehad van die duivel; hij heeft dat vaak gezegd en geschreven. Zo is er het verhaal dat hij heel wat aanvechtingen en twijfels heeft gehad, toen hij tussen 1521 en 1522 ondergedoken was op de Wartburg. Hij zat daar natuurlijk maar te zitten, eenzaam en alleen, en heeft zich in het holst van de nacht bij flakkerende kaarsvlammetjes vast vaak de meest vreemde voorstellingen gemaakt. Hij heeft naar hij zegt ‘s nachts meermalen de duivel op bezoek gehad, en ook boze geesten en demonen. Eens heeft hij de duivel de inktpot naar de kop gesmeten, vandaar die vlek ergens op de muur, die jarenlang te bewonderen is geweest en die op gezette tijden ten gerieve van kijkende bezoekers is bijgewerkt en “ververst”.

Het woord satan is Hebreeuws en betekent tegenstander; het komt voor in het verhaal van Bileam in Numeri 22 vers 22, waar de Engel des Heren zich op zijn weg stelde als “tegenstander”. Daar wordt het woord “satan” gebruikt. In 1 Kronieken 21 wil satan Israël in de problemen brengen en verleidt David om alle sterke mannen van Israël te tellen. God keurt dit sterk af, blijkt later, en David èn Israël worden zwaar gestraft. Merkwaardig is hier dat Joab kennelijk wèl begreep dat die telling niet deugde; die Joab was kennelijk een godvruchtige houwdegen. Het lijkt wel of David, de “uitverkorene des Heren” soms wat moeite had de stem van God en die van Satan uit elkaar te houden.

In het oude testament is Satan de naam van een engel van God, die deel is van Gods “hofhouding” en die opdrachten van Hem uitvoert. In recentere joodse geschriften heeft Satan de betekenis van de neiging tot kwaad in de menselijke psyche. In het boek Job lijkt Satan bij God “in en uit te lopen”, en te functioneren als Gods twijfel aan de loyaliteit van Job. Satan verleidt God om Jobs geloof te beproeven. Uit dit boek kunnen we opmaken dat dáár zowel het goede als het kwade is begrepen in het wezen van God.

In de middeleeuwen werd door de kerk een enorme angst voor de satan als persoon aangewakkerd. De katharen en de heksen werden met de duivel in verband gebracht en werden vervolgd door de inquisitie, met als gevolg vele tienduizenden doden. Na de Verlichting was satan wat minder belangrijk, denk ik.

Ik heb het idee dat veel protestanten het bij de bede “verlos ons van de(n) boze” niet kunnen laten daarin de duivel als persoon te zien. Bij de rooms-katholieken is dat anders. Daar bidt men “verlos ons van het kwaad” en dat vind ik veel beter. Ik hoop niet dat het u stoort, dat ik bij het Onze Vader “de boze” altijd wijzig in “het kwaad”… ook als het gezongen wordt.