Het is regelmatig in de kranten te lezen: het wordt steeds stiller in de kerken. Ik heb het idee dat het waar is. Er zijn soms zo weinig mensen bij een dienst dat je degenen die er niet zijn, kunt tellen, en dan bedoel ik niet degenen die in de loop der tijd zijn overleden, en ook niet degenen die ziek zijn, maar ik bedoel hen die wèl aanwezig zouden kùnnen zijn, maar niet komen opdagen. Ik maak er wel eens werk van om tijdens een kerkdienst aan zo’n telling te beginnen. Het vervelende is dat je het als gemeentelid meestal nog nèt te druk hebt in de dienst om daar nu eens ongestoord mee bezig te zijn. Ja, je moet je bij zoiets wèl éven kunnen concentreren, en àltijd is er die voortdurende storing: het gepraat van de voorganger. Daarbij komt dat ik heel slecht ben in het onthouden en reproduceren van namen, zelfs als ik de bijbehorende gezichten zó aan mijn geestesoog zie voorbijgaan. En dat maakt het natuurlijk nog moeilijker.
Ja, het wordt inderdaad stiller in de kerk. Maar wat ik op het moment van zulke reproductie- tellingen in de kerk eigenlijk ervaar, is niet de stilte want wanneer is het nou echt stil tijdens een kerkdienst? Nee… het is juist het schrééuwend gebrek aan mensen dat me opvalt. Waar zijn al die mensen gebleven, waar zijn toch al die “broeders en zusters” die vroeger voor, achter en naast mij zaten?
Het komt ook voor dat ik een heel andere ervaring heb. Ik kom dan binnen op een gewone door-de-weekse dag, uiteraard altijd nadat ik eerst een afspraakje met de koster heb gemaakt. Ach, ik moet dan even iets doen, bijvoorbeeld iets brengen dat iemand anders ’s avonds of de volgende dag moet meenemen, of ik wil iets ophalen… mijn jas bijvoorbeeld die ik weer eens heb laten hangen. Ja, dat komt voor en bij zó’n bezoek valt mij dan altijd wèl de stilte op, ik kan eigenlijk beter zeggen: die stilte valt op mij, de leegte maar ook de rust. Er gebeurt helemaal niets… In dat geval loop ik altijd even de kerkzaal door. Ja, u vindt dat misschien een beetje vreemd, maar ik hèb iets met zo’n lege kerk. Hier en daar kun je een liedboek in een kerkbank zien liggen, een liturgie of een kerkgroet die iemand achteloos heeft laten slingeren. Er is niemand! Ja… ik weet niet waarom, maar het hééft echt iets om op zo’n tijdstip de kerk door te lopen.
Soms is het wéér ànders. Als ik dàn binnenkom is het wel stil, maar er klinken geluiden bij het orgel, of er wordt gespeeld: de organist is zich aan het voorbereiden voor de komende zondag! En sòms is er het gerinkel van koppen en schotels te horen: de koster is bezig koffie klaar te zetten. Kennelijk zijn veel meer mensen aanwezig: er is een of andere bijeenkomst! Kijk maar: er gaan twee deuren open en er komen al pratend of discussiërend mensen naar buiten. Ze gaan in de richting van de al klaarstaande koffie. Al die verstoring van de rust zint mij op een bepaalde manier dan niet zo erg. “Wat is dit voor een lawaai ?” vraag ik ontstemd aan de koster. Die kijkt mij peinzend en onderzoekend aan, en zegt dan: “Dàt, meneertje, is nou het kèrkelijk leven!”
Ze zeggen dat het in de kerken steeds stiller wordt. Nou, ze kunnen me nog meer vertellen. Heel vaak is er behoorlijk wat lawaai bij al dat kerkelijk leven. De koster heeft het zelf gezegd…
