logo

“Even de spruitjes eruit!” Dat zei mijn moeder vroeger altijd na het eten van een maaltijd met één of andere koolsoort, en zette dan ramen en deuren wijd tegen elkaar open om even lekker door te tochten. Ik was toen veel ouderwetser dan mijn moeder, want voor mij hoefde dat helemaal niet: ik houd namelijk van kool en vooral van spruitjes, en ook van de bijbehorende geur, heerlijk! En wat is er toch tegen die kooltjes, dat die zo’n negatieve klank hebben? En de lucht deugt ook niet, nee, als er ergens een geur van spruitjes hangt…

Het is net als met geraniums: die ruiken ook niet goed, maar sieren wel veel van onze vensterbanken. En een slecht imago hebben ze ook. Zouden die geraniums nu echt zo vreselijk uit de tijd zijn, dat een normaal mens het niet in z’n hoofd moet halen om erachter te gaan zitten? Onzin natuurlijk! Maar ja, tegenwoordig is dat volgens sommigen wèl zo. “Het is immers geen gezicht: je zet jezelf ontzettend te kijk als iemand die helemaal is afgeschreven en niet meer geschikt om in deze tijd te functioneren,” zo beweren ze. Ja, ik heb het ook maar van horen zeggen en ik heb geen idee wie dat ‘achter de geraniums zitten’ eigenlijk verzonnen heeft. Ik vind het altijd een rare zaak om allerlei lieden met  minachting over die planten te horen spreken. De inhoud van al dat gepraat is, dat niemand die net met pensioen is, daar graag achter zou moeten willen zitten. Die persoon moet gewoon iets productiefs gaan doen! Maar wat is er nou eigenlijk op tegen om achter geraniums te zitten?

Kijk, ik weet het niet zeker, maar ik vermoed dat er in bijbelse tijden nog geen geraniums bestonden, in elk geval niet de gekweekte nederlandse variant, waarachter wij hier te lande niet meer mogen zitten. In de tijd van de bijbel waren er olijfbomen, braamstruiken, palmen, doornstruiken en wonderbomen, en dan natuurlijk niet binnen maar buiten; en nog steeds is dat zo. En mensen die in opperste rust zaten na te denken, … diè zaten onder de vijgeboom of de wijnstok, in de schaduw genietend van het werk hunner handen.

Het is één van de beloften aan Israël, dat er een tijd zal komen waarin een ieder zal zitten onder zijn eigen wijnstok en onder zijn eigen vijgeboom. Leest u maar in bijv. Micha 4. Bij meer profeten zijn zulke uitspraken te vinden, en als vervloeking of straf van het zondige volk wordt nogal eens vermeld, dat hun wijnstokken zullen worden platgebrand en hun vijgebomen uitgerukt. Dat klinkt allemaal niet zo best; je kunt er dan immers niet meer onder zitten als rustend mens?

Hoe zou zo’n bijbelse vloek eigenlijk in het huidige nederlands moeten worden hèr-taald? Ik denk ongeveer zó: Hun spruitjes zullen worden omgeploegd, hun geraniums uitgetrokken en in de groenbak geworpen. En bij ons zou de belofte kunnen zijn, dat iedereen achter zijn eigen vensterruit, achter zijn eigen geraniums zal zitten en misschien ook wel van zijn eigen uitzicht zal genieten.

Maar ja, helemaal zeker weet ik dat niet. Ik heb daarom voor mijn raam aan de voorkant van mijn huis een bankje staan. Aan weerszijden van dat bankje staat een grote pot met een olijfboompje, dan kunnen wij bij ons thuis tenminste tussen de olijfbomen zitten. Als u wilt weten hoe dat voelt, komt u rustig eens langs. Vruchten verwacht ik niet in ons klimaat, maar die boompjes geven mij toch het idee dat ik iets doe aan de toekomst en aan het in vervulling gaan van de belofte. Want we moeten daaraan natuurlijk wèl meewerken. Gods beloften gaan niet vanzelf in vervulling! Daar heeft Hij medewerkers voor nodig…