logo

Dáár, even ten zuiden van het centrale deel van Frankrijk, hebben zij een huis op een mooie lokatie. Het dorpje waartoe het huis behoort, stelt niet zoveel voor en telt zo’n vijfhonderd inwoners. Veel van de bestaande huizen zijn te koop en voor de dagelijkse levensbehoeften moet je een dorp verder zijn, zo’n acht kilometer. Om de plek van het huis met onze auto annex caravannetje te bereiken, moet heel wat inspannend rijwerk worden verricht, maar als je eenmaal bent aangekomen, dan zit je daar werkelijk als God in Frankrijk.

Een uitgelezen plekje! Het is altijd mooi weer als ik er ben, maar het kan natuurlijk ook ècht slecht zijn. Waarom mijn broer en zijn vrouw daar regelmatig zijn, begrijp ik heel goed: ze zijn daar om te worden geré-creëerd en weer de geest te krijgen. De tijd verstrijkt er langzaam maar zeker, maar moet worden gevuld met een voortdurende inspanning om het geheel in stand te houden en te verfraaien met maaien en planten, en niet te vergeten het verwijderen van wat ter plaatse niet thuishoort. Zij maken zich op die manier los van alles wat ze in eigen land steeds maar móeten, en zij zijn dáár bezig met een inspanning die voor hen een héilig moeten is. Het is dus een echt pinksteradres: zodra zij aangekomen zijn, krijgen ze de geest en gaan aan de gang, hij met maaien en zij met trekken. Het huis staat op een berghelling waarop ikzèlf mij maar moeilijk staande kan houden; beneden strekt zich een liefelijk dal uit met hier en daar wat bebouwing, veel boomgroepen en wat bruine koeien.

Wij in ons verstedelijkte westen maken ons verschrikkelijk druk om van alles en nog wat. Het lijkt bovendien wel dat het steeds erger wordt en het begint al vroeg in het leven van ieder kind. Mensen met opgroeiende kinderen hebben het er maar druk mee: wegbrengen en ophalen naar en van school, huiswerk, sport, muziek, verjaarspartijtjes en ga zo maar door, leren fietsen en leren zwemmen. De hele week is er vol van. Ook als grootouders ben je druk bezig met al die aktiviteiten van kleinkinderen. En àlles móet! Je kunt niet zomaar even iets overslaan, geen sprake van!

Ach, wij moesten vroeger ook van alles. Wat móesten wij toch veel, vooral toen we 17 à 20 jaar oud waren. Natuurlijk, ook tòen was er de school, maar ook de kerk blies een behoorlijk deuntje mee bij alles wat moest. Tjongejonge, wat was het druk in de weekends op zondag. De zondag was echt niet zo’n rustdag, hoor. Eerst ’s morgens naar de kerk, dan vaak helpen in de zondagschool, daarna koffiedrinken òf thuis òf bij vrienden, dan warm eten en daarna was het verzamelen geblazen om met een hele club bij iemand thuis om samen thee te drinken en naar de middagdienst te gaan. Daarna nog wat tijd inruimen voor het avondeten, en dan: òp naar de jeugdvereniging. Wat een mooie instelling was dat, druk, inspannend maar geweldig! In deze periode van het jaar hadden wij op hemelvaartsdag! meestal een of andere toogdag, met tientallen op de fiets ergens naar toe en weer terug.

En met pinksteren? Dan hadden we met de hele jeugdvereniging ons pinksterweekend, ergens in het land niet al te ver van onze basis. Het was fantastisch, iedereen ging mee, we waren vaak met veertig of vijftig personen. Net als bij die eerste pinkstergemeente spatte het vuur eraf. Die “tongen als van vuur” heb ik altijd heel goed begrepen. Tegenwoordig gaat het allemaal wat anders in onze familie, maar het principe is hetzelfde. Zo gaan mijn broer en zijn vrouw naar Frankrijk, om tot zichzelf te komen en om weer de geest te krijgen. En soms, als ik er ook ben, dan zie ik de vonken eraf spatten. Ze gaan altijd meteen aan de gang, ze zijn voortdurend bezig en hun werken is een lust voor het oog; het is een heilig moeten!    

Als dan in de loop van de middag het weer omslaat en het gaat onweren in die bergachtige streek ... dàn kun je het bij het opklaren waarnemen: De lichtstralen van de zon omvatten de donkere wolkenpartijen en bestralen in allerlei kleuren de hemel en de aarde in grote banen. Ja, dàn kun je zien wat de Fransen noemen “La gloire du Seigneur”, de heerlijkheid des Heren...