In de laatste jaren van mijn werkzame leven in een ambtelijke organisatie was één van mijn taken het opstellen van een investeringsplan voor de komende jaren, rekening houdend met de beschikbare middelen in geld en in menskracht. Voor bestuurders is zo’n investeringsplan een geweldig iets, want over zo’n stuk kun je immers lekker discussiëren. Elk jaar was het weer een hele klus om dat op te stellen, vooral omdat veel van de betreffende medewerkers helemaal geen zin hadden om zich vast te leggen op eigen ramingen van geld en tijdbestedingen, laat staan op die van anderen, zoals ik. Ja, zo gaat dat nu eenmaal. Het kostte dan ook altijd de grootste moeite om iedereen in het gelid te krijgen met de neuzen in de juiste richting.
In onze kerk moet iets dergelijks gebeuren. Een belangrijk punt hier is dat het aantal neuzen de laatste jaren sterk is afgenomen en nog steeds afneemt. Ja, u begrijpt het: ik wil het met u even hebben over wat ons dit jaar allemaal te wachten staat en wat wij allemaal moeten doen, en bovenal over wat wij daarvan allemaal wel kunnen vergeten. Het òngewilde vergeten… het zonder opzet “wissen” van gegevens uit ons geheugen, dàt kan soms wel vervelend zijn. Daarom moesten wij eigenlijk een knopje op het hoofd hebben, waarmee we even terug kunnen schakelen naar een iets eerdere situatie toen we dat stukje geheugen nog wèl hadden, maar zo’n knopje hebben wij mensen niet. Het lijkt op een slecht ontworpen computer…
Hebt u dat nou ook, dat u vaak kwijt bent wat u even daarvoor ècht nog goed wist? Zoals bijvoorbeeld het trapje naar de kelder afdalen en op bijna de laatste trede absoluut niet meer kunnen bedenken wat ik eigenlijk wilde gaan doen daar beneden? Dat is toch stuitend? En als ik dan weer op bijna al mijn schreden ben teruggekeerd en weer bovenaan het keldertrapje sta, dan weet ik het plotseling weer, maar… dan sta ik nèt weer boven. Wat moet ik daar nu mee, wat is dat voor een scheppingsordening? Ik weet het niet, maar zinvol is die beslist niet, tenzij het een soort opvoeding is van de mens Piet die bepaalde dingen voortaan moet nalaten; maar welke dat dan zijn, weet ik niet precies.
Nu heb ik wel eens gelezen dat er veel mensen zijn die last hebben van die vergeet-kwaal. Tot voor kort vond ik dat niet zo erg, maar nu het mijzelf te vaak betreft, begin ik het erger te vinden: het is toch een soort ziekte. Er moet iets aan gedaan worden, dat wil zeggen: ik moet er waarschijnlijk zelf iets aan doen, maar wat? Het antwoord daarop is naar mijn idee dat ik een beetje moet gaan plannen wat ik wel kan vergeten, en mij daaraan goed houden.
Dat geldt ook voor een steeds ouder wordende kerk; die lijkt op een steeds ouder wordende mens die, beneden aan het keldertrapje staand, niet meer precies weet wat hij daar op dat trapje staat te doen. Remedie: minder plannen, en ons voornemen wat we niét meer doen… Ja, ik geef het toe: het lijkt moeilijk, maar dat is het vast niet als we ons wat rustiger gaan gedragen, meer zoals die hoge ambtenaar van de koningin van Ethiopië, die al schommelend in een draagkoets het boek Jesaja las en zich afvroeg waarom hij niet begreep wat daar stond. Voor dat begrip moeten we rustig de tijd nemen… van Jeruzalem helemaal naar Ethiopië… in een draagkoets.
