Als u een kaart met Noord-Nederland erop voor u neemt, dan kunt u het zelf zien. Daar… langs de Hege Dyk tussen Minnertsga en Berlikum in Friesland, aan het Moddergat... dáár ligt het dorpje Wier. Ach… ú zegt het misschien niet zo veel, maar in die streek zijn de ouders van mijn vader geboren. Het is maar een klein vlekje… dat dorpje Wier, maar het was tijdens een vakantie de plaats waar onze caravan twee nachten heeft gestaan. Dat was niet omdat het daar nu zo geweldig mooi is, nee, dat vind ik niet, en we hadden het ook niet van tevoren uitgezocht. Wij zoeken eigenlijk bij voorkeur van tevoren niet zoveel uit, maar we volgen wel een bepaalde strategie en er komen dan altijd vanzelf bijzondere dingen op ons pad.
Het kwam allemaal, omdat wij hadden besloten deze vakantie door te brengen met trekken langs de kust van Nederland... gewoon, zo dicht mogelijk langs de zeekust, vanaf het noordoosten naar het zuidwesten, en toen waren we er ineens... in Wier! Goed, goed... ik geef toe: je komt niet in Wier, als je echt zo precies mogelijk langs de kust gaat van het noordoosten naar het zuidwesten, maar ja... ik was al kaartlezend als vanzelf een beetje teveel naar links afgebogen, waarschijnlijk steeds starend naar de plek van oorsprong van een belangrijk deel van mijn familie. En daar stonden we dan op een gegeven moment met de caravan op een aardige tuincamping... met rechts uitzicht op het Moddergat en links op de kerk van Wier.
Hoewel de naam “Moddergat” het ergste doet vermoeden, viel het aanzien van dat watertje erg mee. Het was daar vroeger vast ondiep, breed en modderig, maar dat is nu voorbij: een aardig ingericht watertje zonder strakke vormen, met aan beide zijden verscheidene zich nog ontwikkelende waterplanten en zonder twijfel met een afgestemd maaibeheer. Aan de andere kant: de kerk. Het is een oude kerk, niet in de betekenis van mooi-oud, mooi gerestaureerd, nee... helemaal niet, meer in de betekenis van oud en vervallen. Eigenlijk is de kerk lang niet oud genoeg, anders was die natuurlijk wel gerestaureerd.
Ik ben er helemaal omheen gelopen, maar die wandeling stemde mij niet blij: ramen die hier en daar gedeeltelijk waren dichtgetimmerd of provisorisch van gaas waren voorzien. Het metselwerk was lelijk, gebrokkeld, gescheurd en duidelijk aan een grote opknapbeurt toe. In het voorportaal hing een oude collectebus. Die was wel op slot maar er zat niets in, ik heb eraan geschud. Ja... het kan natuurlijk dat hij vol zat met papiergeld, maar ik denk van niet. Nee... van die kerk gaat niets uit, of het moet zijn: blijf hier vandaan, het is hier niks gedaan! Ze heeft geen uitstraling, misschien is het interieur erg mooi, maar ik betwijfel dat zeer. Waarschijnlijk wordt die kerk helemaal niet meer gebruikt. Zelfs de windvaan onder het haantje van de toren wees echt de verkeerde kant uit! Ik ben naar de camping teruggegaan en voor de caravan met de rug naar de kerk gaan zitten. Zoiets wil ik niet zien!
Is het niet vreselijk... om het uitzicht te hebben op zo’n kerk? Ik vind van wel. Een kerk moet toch iets uitstralen, zowel de kerkgemeenschap als het kerkgebouw. Daar moeten je ogen heen getrokken worden terwijl je je afvraagt: wat is dit, wat gebeurt daar, wat inspireert die mensen? Als dat niet (meer) zo is, dan moeten wij als kerkmensen samen zorgen dat dit verandert, dat er een nieuw élan komt. Alleen dàn kunnen wij als kerk met een boodschap in de wereld staan, wervend en dienstverlenend, zoals het hoort. ’s Avonds viel het ons pas op: de klok van de toren sloeg wel, maar hij was duidelijk gebarsten.
De volgende dag zijn we vandaar vertrokken, verder langs de kust in westelijke richting, met in onze oren het akelige geluid van de gebroken stem van Wier... tot we bij een plek kwamen met een mooie gerestaureerde kerk, één die als een getuigenis in de wereld staat. Die zijn er gelukkig nog een heleboel, en we zijn er veel tegengekomen op onze tocht langs de kust van Nederland... van het noordoosten naar het zuidwesten.
