logo

Bij u hangt er toch ook een verjaardagskalender in de wc? Of niet soms? Dat zou hoogst ongebruikelijk zijn, want één van de weinige eigenschappen die ons Nederlanders tot een volk maken, is dat we allemaal een wc-kalender thuis hebben hangen. Echt..., dat is nergens anders ter wereld het geval. Die gewoonte van zo’n verjaardagskalender is volstrekt uniek, en het eerste dat allochtonen zouden moeten leren op een inburgeringscursus, is dàt cultuurgebruik! Het woord kalender is afgeleid uit het Latijn: calendarium, dat eigenlijk schuldregister betekent en is gebaseerd op de “Calendae”: de eerste dag van de maand, waarop de rente van schuld werd toegerekend.      

Mijn grootvader had een heel oude wc-kalender. Ik herinner me die kalender nog heel goed. Hij was samengesteld uit losse, stevige, kartonnen kaarten, die midden bovenin een gaatje hadden. Door de gaatjes zat een stukje touw, dat op gezette tijden wél werd vervangen. Hij had die kalender zelf gemaakt in de eerste dagen van zijn huwelijk, en hij heeft in zijn leven nooit een andere aangeschaft. Hij wilde dat ook absoluut niet, want die kalender moest in de loop van de tijd een persoonlijk geschiedenisdocument worden. Na verloop van tijd hing er een heel netwerk van maatschappelijke, kerkelijke en familierelaties bij mijn grootouders aan de wc-deur, met daarop aangetekend alle bijzondere gebeurtenissen met tijdstippen. Bij die relaties hoorden ook de persoonlijke vijanden die hij in de loop van zijn leven gemaakt had, onder wie zijn vroegere chef bij het bedrijf waar hij gewerkt had. De verschillende maandbladen waren met prachtig ouderwets schoonschrift aangegeven en voorzien van cijfers voor de dagen, waarachter vrij veel ruimte aanwezig was voor alle gegevens.     

De eerste keer dat ik die kalender uitgebreid heb bestudeerd, zal ik een jaar of zestien zijn geweest, denk ik. De directe familie van mijn grootmoeder en van hemzelf, was met blauwe inkt geschreven: ouders, grootouders, broers en zussen, ooms, tantes en neven en nichten. Zijn kinderen waren met hoofdletters aangegeven, evenals de latere aanhang, en zijn kleinkinderen waren in rood geschreven met een plusje voor de naam. Voor achterkleinkinderen (die had hij op dat ogenblik nog niet) hield hij een soort roze pen tot zijn beschikking, en hun namen zouden worden voorzien van een sterretje aan de voorkant. Buren (zowel vroegere als huidige), kennissen en vrienden waren met zwarte inkt aangegeven. “Vijandige” relaties waren voorzien van een pijltje erachter. Het waren er maar een paar, maar van degenen die als zodanig waren aangegeven, wist je zeker: dit is niet best. De kalender was veel meer dan een overzicht van verjaardagen, zij vormde een document van herinneringen uit zijn leven.   

In de eerste week van het jaar werd het calendarium nauwgezet bestudeerd en werd onderhoud gepleegd. Waar de inkt was verbleekt werd de tekst opgehaald. De in het voorbije jaar overleden personen werden voorzien van een kruis achter hun naam, en nieuw geborenen werden toegevoegd, evenals relevante recente gebeurtenissen. Allen van wie hij in het afgelopen jaar niets gehoord had, kregen een briefje, soms met de mededeling dat hij binnenkort eens langskwam. De directe familie van overledenen kreeg ook een brief, evenals de van een pijltje voorziene personen. Dézen kregen een brief waarin nog eens héél precies werd aangegeven waarom hun relatie zo slecht was, met de vraag of dat nu echt zo moest en of dat niet anders kon. Ik heb mijn grootvader altijd bewonderd om de systematiek en de vasthoudendheid die hij daarbij liet zien.

Veel mensen nemen zich van alles voor als het jaar nog nieuw is. Is het ook een goed idee voor ons allen om het onderhoud van óns calendarium eens systematisch ter hand te nemen?