Soms moet je even weg om een boodschap tot je te laten doordringen. Dat was met mij zo, toen ik onlangs weer eens naar Ameland ging voor een weekje kunstervaring, en Ameland is ver genoeg! Toen hij een jaar of vier/vijf was, noemde mijn zoon dat altijd ‘het losse land’, want we gingen op de terugtocht immers altijd weer met de boot naar het vàste land?
Dit jaar is het de twintigste keer dat er op het losse land in november kunstmaand was. In alle gebouwen op het eiland, die ook maar enigszins daartoe geschikt zijn, wordt in de maand november kunst opgehangen of neergezet, ook in de drie kerken van Hollum. Het gaat om kunst uit heel Noord-Europa, ook van Amelanders zelf. Wat er allemaal te zien is, is meestal bijzonder en soms ook bizar.
De ene zondag die in het weekje kunst zit, gaan mijn vrouw en ik altijd naar de ‘Vermaning’: het gebouw van de doopsgezinde gemeente. Niet dat we nu zo doopsgezind zijn of graag vermaand worden, nee... Maar, sinds nu al weer behoorlijk wat jaren, gaan daar de gereformeerden samen ter kerke met de doopsgezinden. En het bijzondere is, dat er een federatie ‘doopsgezind-gereformeerd’ is gevormd, hetgeen uniek is in ons land. Op zich is dat nu ook weer niet zó vreemd, want die gereformeerden daar zijn voortgekomen uit de doopsgezinden. En zij konden het, in de tijd van samen-op-weg ter plaatse, beter vinden met de doopsgezinden dan met de hervormden, zodoende...! Met een aantal mensen in de kerk wisselen wij blikken van herkenning en het is na de dienst goed koffiedrinken met hen.
De Vermaning hangt vol met schilderijen van personen die het kennelijk allemaal niet meer kunnen áánzien in deze wereld. De serie heet ‘verborgen verdriet’. Het zijn allemaal mannen die afgebeeld zijn, op één na. Ze hebben allen de handen voor de ogen geslagen of kijken naar beneden, behalve die éne... Dat is een vrouw en zij is geblinddoekt: zij wil, kàn of màg helemaal niets meer zien!
De dienstdoende predikante heeft als thema dat God moeite heeft nog in zijn schepping ‘mens’ te geloven. Ze spreekt ons toe aan de hand van het boek Job. Als je met die gedachte dat boek leest, gaat het ècht spreken. De bijbel gaat over mensen, maar het boek Job gaat over God... Dàt probeert ze duidelijk te maken. Dat idee is helemaal tegengesteld aan dat van al die mensen die moeite hebben om zèlf nog in die God te geloven en het niet eens meer proberen! En het past ook bij de figuur van satan, die God uitdaagt om de mens maar eens goed op de proef te stellen door hem langzaam maar zeker alles te ontnemen wat hij heeft: zijn huis, zijn land, zijn vee, zijn kinderen...
Tijdens de preek zie ik steeds die afgebeelde mensen om me heen, met hun verdrietige uitstraling en de vraag op hun gezicht... waar is God? En als hij er is: Waarom doet hij niets, waarom grijpt hij niet in? Dat is en blijft toch de eeuwige vraag van ons, mensen?
En wij in de kerk? Wij zeggen in deze tijd van het jaar dat God de wereld zó heeft liefgehad, dat zijn eniggeboren zoon op aarde kwam om de wereld en de mensheid te redden. Ik zou óók wel eens willen weten of God nog in ons gelooft, of dat hij het opgegeven heeft, net als al die mensen om mij heen die de handen voor de ogen houden?
Waar dat reizen naar een los land al niet goed voor is, even helemaal los van al dat vaste aan de wal en aan de hand van schilderijen een beetje nadenken over Job... en over God.
